Ieder mens beschikt over een beperkte hoeveelheid tijd, en toch ruilen de meesten onder ons een aanzienlijk deel daarvan in voor een inkomen. Je verkoopt als werknemer niet alleen je arbeid, maar ook een groot stuk van je leven: het uur dat je aan je werkgever geeft, krijg je immers nooit meer terug. In deze context dringt zich een fundamentele vraag op: hoe organiseer je je maandelijkse inkomsten zodat je uiteindelijk de volledige controle over je eigen tijd terugwint? Geld is immers geen doel op zich, maar een middel om iets veel belangrijker te verwerven: de controle over je eigen tijd, de vrijheid om je dagen zelf vorm te geven op de manier die je zelf wil. Hoe minder je afhankelijk bent van een maandelijks loon, hoe meer vrijheid je hebt om zelf te bepalen wat je met je tijd doet.
Geld gaat in essentie over vrijheid: de vrijheid om keuzes te maken zonder voortdurend gedwongen te worden tot beslissingen die je eigenlijk helemaal niet wil nemen. Dat vraagt dat je goed moet nadenken over wat je met je inkomen doet, welke uitgaven werkelijk waarde toevoegen en welk deel van je inkomen je vandaag kunt omzetten in de financiële vrijheid van morgen.
De eerste regel is vanzelfsprekend: houd je kosten zo laag mogelijk. Dat begint met het kennen van je uitgavenpatroon. Veel mensen weten ongeveer hoeveel ze verdienen, maar hebben geen duidelijk beeld van hoeveel ze iedere maand uitgeven. Breng daarom je inkomsten en uitgaven nauwkeurig in kaart. Geef geld uit aan wat noodzakelijk is. Denk aan huisvesting, voeding, gezondheid, verzekeringen, internet, (openbaar) vervoer, noodzakelijke abonnementen, enzovoort. Even vanzelfsprekend is het vermijden van onnodige schulden. Let wel op: niet elke schuld is financieel gezien problematisch. Met een hypotheek financier je met relatief weinig eigen middelen een groot actiefbestanddeel (wat ‘leveragen’ wordt genoemd), een actiefbestanddeel dat doorgaans in waarde stijgt en herbelegd kan worden. Dat maakt van een woninglening, financieel gezien, iets helemaal anders dan bijvoorbeeld een lening voor een verre vakantie of een nieuwe smartphone.
Wie zijn financiële vrijheid nastreeft, richt zich in de eerste plaats niet enkel op het beperken van uitgaven, maar ook op het verhogen van inkomsten. Gespecialiseerde kennis in combinatie met professionele ervaring, of een beroep waar grote vraag naar is, kan op lange termijn een groter rendement opleveren dan het louter schrappen van elke overbodige uitgave. Vergeet ook niet: een hoog brutoloon zegt op zichzelf weinig. Uiteindelijk telt alleen wat er netto op je rekening staat. Onderzoek welke vormen van fiscale optimalisatie in dit verband mogelijk zijn en benut ze.
We leven in een kapitalistische samenleving die ons voortdurend nieuwe, kunstmatige behoeften aanpraat. Reclame verkoopt niet alleen producten, maar ook ideeën over wat rijkdom zou moeten betekenen. Die ideeën worden voorgesteld als vormen van persoonlijke vrijheid, terwijl ze ons in werkelijkheid onvrijer maken: hoe meer kunstmatige behoeften we ons laten aanpraten, hoe meer geld we nodig hebben om ze te bevredigen. Wat wordt voorgesteld als vrijheid is dus eerder onvrijheid. Echte vrijheid ligt niet in het vermogen om steeds meer te consumeren, maar in het vermogen om te leven zonder voortdurend méér en duurder te moeten consumeren.
Wie later volledige controle wil over zijn eigen tijd, zet zijn geld niet gedachteloos op een spaarrekening, maar maakt een concreet financieel plan. Hoeveel vermogen wil je opbouwen, tegen welke leeftijd, en met welk doel? Wil je vroeger stoppen met werken, of wil je je pensioen aanvullen? Een financieel plan moet ook aansluiten bij je waarden en levensvisie: geld is slechts waardevol voor zover het bijdraagt aan wat je werkelijk belangrijk vindt. Daarbij is het onverstandig om je toekomst te laten afhangen van één optimistisch scenario. Niemand kan exact voorspellen hoeveel je over twintig jaar zult verdienen, hoe verschillende fiscale regimes zullen evolueren, hoeveel de verkoop van een woning zal opleveren of welk rendement aandelen zullen genereren. Wie rekent op een gemiddeld rendement, moet zich ook afvragen wat hij of zij zou gaan doen wanneer dat rendement lager uitvalt.
Voor je gaat beleggen, leg je altijd eerst een liquide buffer aan – een noodfonds dat onmiddellijk beschikbaar is voor onverwachte uitgaven. Medische kosten, een defecte auto of computer, een dringende herstelling: iedereen krijgt ermee te maken. Een noodfonds voorkomt dat je in moeilijke momenten gedwongen wordt je beleggingen te verkopen. Het belangrijkste is dat dit geld werkelijk beschikbaar blijft. Drie tot vijf maanden inkomen vormt daarbij een redelijke richtlijn, afhankelijk van je persoonlijke situatie.
Een spaarrekening heeft zijn functie, maar is niet de beste plaats voor geld dat je jarenlang niet nodig gaat hebben. Inflatie zorgt er namelijk voor dat de koopkracht van geld afneemt: €10.000 blijft nominaal €10.000, maar na enkele jaren koop je er aanzienlijk minder mee. Beleggen is een manier om die inflatie bij te benen.
Voor veel beleggers vormt een wereldwijde ETF een bekende beleggingsstrategie om vermogen op te bouwen. Een ETF, een ‘exchange-traded fund’, is een beleggingsfonds dat doorgaans een index volgt, zoals bijvoorbeeld de S&P 500 (bedrijven als Apple en Tesla zijn daarin vertegenwoordigd). Met zo’n wereldwijde ETF koop je indirect een klein stukje van honderden ondernemingen, een klein stukje van de wereldeconomie. Het aantrekkelijke aan een wereldwijde ETF is dat je niet hoeft te voorspellen welk individueel bedrijf de winnaar van de komende twintig jaar wordt. Het is dus een fundamenteel andere beleggingsstrategie dan proberen de volgende Apple te voorspellen en daar alles op in te zetten. Bij het aan -en verkopen van wereldwijde ETF’s moet je uiteraard rekening houden met de van toepassing zijnde (transactie)kosten en belastingen – denk aan de meerwaardebelasting.
Het risico op verlies verdwijnt echter nooit. Aandelen kunnen fors dalen en een wereldwijde ETF kan tijdens een zware beurscrash voor een paar jaar tientallen procenten zijn waarde verliezen. De gedachte is daarom niet dat een wereldwijde ETF risicoloos is. De gedachte is dat je risico spreidt en je je belegging voldoende tijd geeft om tijdelijke schommelingen of zelfs crashes op te vangen en op het juiste moment te cashen. Onthoud ook dat risicospreiding belangrijk is. Je kunt spreiden over verschillende regio’s, verschillende sectoren, verschillende ondernemingen, aandelen en obligaties, vastgoed en andere activa. Een wereldwijde ETF kan de sterke kern van je beleggingsportefeuille uitmaken, die daarnaast ook een klein percentage in een meer speculatieve belegging zoals Bitcoin bevat, waarvan een volledig verlies financieel draaglijk zou moeten zijn.
Beleggen klinkt leuk en eenvoudig zolang het allemaal goed gaat. De echte uitdaging komt er wanneer de waarde van je beleggingsportefeuille plotseling met 20, 30 of 40 procent daalt. Een lange beleggingshorizon van 10 à 20 jaar betekent dat je dergelijke periodes volledig moet kunnen uitzitten. Misschien sta je twee of drie jaar in het rood; misschien duurt een herstel veel langer dan verwacht. ‘Just keep going’, niet omdat de beurs altijd stijgt, maar omdat een langetermijnstrategie alleen werkt wanneer je haar ook tijdens moeilijke periodes blijft uitvoeren.
Wie zijn middelen verstandig inzet, koopt zichzelf langzaam vrij uit de verplichtingen die hem voordien beperkten. Financiële vrijheid is eerder een proces dan een eindpunt: een reeks doordachte keuzes die je stap voor stap dichter brengen bij een leven dat werkelijk van jou is. Wie vandaag bewust plant, verstandig kiest en geduldig opbouwt, creëert later een leven waarin geld geen meester meer is – een leven waarin je de vrijheid hebt om zelf te bepalen wat je met je tijd doet.
